Naast het kruis met wenend' ogen Stond de Moeder diep bewogen, Wijl haar Zoon te sterven hing.
Dwars toen door het zuchtend harte, Overstelpt van wee en smarte, Drong het zwaard der marteling.
O hoe droef, hoe vol van rouwe Was de zegenrijkste Vrouwe, Moeder van de een'ge Zoon!
Hoe zij leed, de diepbedroefde, Tedre Moeder, wijl zij toefde Bij die Zoon aan 't kruis ten toon!
Wie toch die niet wenen zoude, Zo hij 't bitter leed aanschouwde, Dat Maria's ziel verscheurt?
Wie, die zonder medelijden Christus' Moeder zou zien lijden Daar zij met haar Zoon zo treurt?
Voor de zonden van de zijnen Zag zij Jezus in de pijnen, Door de gesels gekastijd;
Zag haar duurbaar Kind in 't sterven Ook zijns Vaders troost nog derven, Gans verlaten al die tijd.
Laat mij, Moeder, bron van liefde, Voelen 't leed dat u doorgriefde, Dat ik met u medeween'.
Doe mijn hart voor Jezus branden, Vlecht gij zelf de liefdebanden, Dat ik God behage alleen.
Moeder, wil dit heil bewerken: Des Gekruisten wondemerken Diep te prenten in mijn hart.
Zoveel heeft in ziel en leden Gaarn uw Zoon voor mij geleden; Laat mij delen in zijn smart.
Laat als kind met u mij wenen, Medelijdend mij verenen Met uw Zoon, mijn leven lang.
Christus, om van hier te scheiden Laat uw Moeder mij geleiden, Waar de zegepraal mij wacht;
Als mijn lichaam komt te sterven, Laat mijn ziele dan verwerven 's Hemels blijde gloriepracht! Amen.
Minrebroederstraat 21, 3512 GS Utrecht
+31 (0)30 - 2313 217
mail@sintwillibrordkerk.nl
+31 (0)30 - 2313 217