Vijfentwintigste zondag na Pinksteren
Voor de Mis is er biechtgelegenheid
Vijfentwintigste zondag na Pinksteren
Voor de Mis is er biechtgelegenheid
Dominica VI quæ superfuit post Epiphaniam
Dicit Dóminus: Ego cógito cogitatiónes pacis, et non afflictiónis: invocábitis me, et ego exáudiam vos: et redúcam captivitátem vestram de cunctis locis.
De Heer zegt: Ik koester plannen van vrede en niet van kwelling. Roept Mij aan en Ik zal u verhoren, en Ik zal u, die in gevangenschap zijt, uit alle plaatsen terugvoeren.
Benedixísti, Dómine, terram tuam: avertísti captivitátem Jacob.
Gij hebt uw land gezegend, o Heer, Gij hebt Jacob uit de ballingschap bevrijd.
Præsta, quǽsumus, omnípotens Deus: ut, semper rationabília meditántes, quæ tibi sunt plácita, et dictis exsequámur et factis.
Wij vragen U, almachtige God, zorg dat wij altijd op het geestelijke bedacht zijn, en zo in woord en daad ten uitvoer leggen wat U behaagt.
Fratres: Grátias ágimus Deo semper pro ómnibus vobis, memóriam vestri faciéntes in oratiónibus nostris sine intermissióne, mémores óperis fídei vestræ, et labóris, et caritátis, et sustinéntiæ spei Dómini nostri Jesu Christi, ante Deum et Patrem nostrum: sciéntes, fratres, dilécti a Deo. electiónem vestram: quia Evangélium nostrum non fuit ad vos in sermóne tantum, sed et in virtúte, et in Spíritu Sancto, et in plenitúdine multa, sicut scitis quales fuérimus in vobis propter vos. Et vos imitatóres nostri facti estis, et Dómini, excipiéntes verbum in tribulatióne multa, cum gáudio Spíritus Sancti: ita ut facti sitis forma ómnibus credéntibus in Macedónia et in Achája. A vobis enim diffamátus est sermo Dómini, non solum in Macedónia et in Achája, sed et in omni loco fides vestra, quæ est ad Deum, profécta est, ita ut non sit nobis necésse quidquam loqui. Ipsi enim de nobis annúntiant, qualem intróitum habuérimus ad vos: et quómodo convérsi estis ad Deum a simulácris, servíre Deo vivo et vero, et exspectáre Fílium ejus de cœlis quem suscitávit ex mórtuis Jesum, qui erípuit nos ab ira ventúra.
Lezing uit de eerste Brief van de heilige Apostel Paulus aan de Thessalonicenzen
Broeders, wij brengen altijd dank aan God om uwentwil, en zonder ophouden blijven wij u gedachtig in ons gebed; want wij herinneren ons uw werken van geloof, uw arbeid en liefde, en uw volhardend vertrouwen op onze Heer Jezus Christus voor het oog van God, onze Vader. Immers, broeders, van God bemind, wij weten, dat gij zijt uitverkoren; want onze prediking is tot u gekomen, niet alleen met woorden, maar ook met kracht en met Heilige Geest en met volle overtuiging; gij weet immers, hoe ons optreden bij u geweest is om uwentwil. En gij zijt navolgers geworden van ons en van de Heer; gij hebt de prediking aangenomen onder veel verdrukking, maar met vreugde van de Heilige Geest; en zo zijt gij een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en Achaië. Want van u uit is het woord des Heren verder verbreid, niet alleen in Macedonië en in Achaië; maar overal is uw geloof in God bekend geworden, zodat wij geen woord meer daarover hoeven te spreken. Zij zelf immers verhalen van ons, hoe wij bij u hebben gewerkt en hoe gij tot God zijt bekeerd van de afgoderij, om voortaan de levende en waarachtige God te dienen en uit de hemel te verwachten zijn Zoon, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons heeft ontrukt aan de toorn, die eens zal komen.
Liberásti nos, Dómine, ex affligéntibus nos: et eos, qui nos odérunt, confudísti.
Gij hebt ons verlost van onze verdrukkers en hen, die ons haatten, te schande gemaakt.
In Deo laudábimur tota die, et in nómine tuo confitébimur in sǽcula.
In God zullen wij altijd roemen en uw Naam in eeuwigheid prijzen.
Alleluia, alleluia.
De profúndis clamávi ad te, Dómine: Dómine, exáudi oratiónem meam.
Uit de diepten roep ik tot U, o Heer. Heer, luister naar mijn klagen. Alleluia.
In illo témpore: Dixit Jesus turbis parábolam hanc: Símile est regnum cœlórum grano sinápis, quod accípiens homo seminávit in agro suo: quod mínimum quidem est ómnibus semínibus: cum autem créverit, majus est ómnibus oléribus, ¶ et fit arbor, ita ut vólucres cœli véniant et hábitent in ramis ejus. Aliam parábolam locútus est eis: Símile est regnum cœlórum ferménto, quod accéptum múlier abscóndit in farínæ satis tribus, donec fermentátum est totum. Hæc ómnia locútus est Jesus in parábolis ad turbas: et sine parábolis non loquebátur eis: ut implerétur quod dictum erat per Prophétam dicéntem: Apériam in parábolis os meum, eructábo abscóndita a constitutióne mundi.
Vervolg ++ van het heilig Evangelie volgens Mattheüs
In die tijd hield Jezus de menigte de volgende gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een mosterdzaadje, dat iemand in zijn akker gaat zaaien. Het is wel het kleinste van alle zaden; maar als het is opgeschoten, is het groter dan alle andere moeskruiden; en het wordt een boom, zodat de vogels des hemels in zijn takken komen nestelen. Nog een andere gelijkenis hield Hij hun voor: Het rijk der hemelen gelijkt op zuurdeeg, dat door een vrouw wordt gebruikt en vermengd wordt onder drie maten meel, totdat dit geheel is gegist. Dit alles sprak Jezus tot de scharen in gelijkenissen, en Hij sprak tot hen niet anders dan in gelijkenissen. Zo werd vervuld, wat door de profeet was voorzegd: “Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, en openbaren, wat verborgen was van de grondvesting van de wereld af.”
De profúndis clamávi ad te, Dómine: Dómine, exáudi oratiónem meam: de profúndis clamávi ad te, Dómine.
Uit de diepten roep ik tot U, o Heer. Heer, luister naar mijn klagen. Uit de diepten roep ik tot U, o Heer.
Hæc nos oblátio, Deus, mundet, quǽsumus, et rénovet, gubérnet et prótegat.
Wij vragen U, God, moge dit offer ons reinigen en vernieuwen, besturen en beschermen.
Amen, dico vobis, quidquid orántes pétitis, crédite, quia accipiétis, et fiet vobis.
Voorwaar, Ik zeg u, wat gij in uw gebed ook vraagt, gelooft, dat ge het zult ontvangen en het zal u gegeven worden.
Cœléstibus, Dómine, pasti delíciis: quǽsumus; ut semper éadem, per quæ veráciter vívimus, appétimus.
Verzadigd aan het hemels gastmaal, vragen wij U, Heer, dat wij altijd mogen verlangen wat ons het ware leven geeft.
zondag 10:00 Rozenkrans, 10:30 Gezongen Hoogmisvrijdag 18:30 Heilige Miszaterdag 09:00 Heilige Mis
Voor elke Mis is er biechtgelegenheid. Afwijkingen staan in de agenda.
Dominica VI quæ superfuit post Epiphaniam
Dicit Dóminus: Ego cógito cogitatiónes pacis, et non afflictiónis: invocábitis me, et ego exáudiam vos: et redúcam captivitátem vestram de cunctis locis.
De Heer zegt: Ik koester plannen van vrede en niet van kwelling. Roept Mij aan en Ik zal u verhoren, en Ik zal u, die in gevangenschap zijt, uit alle plaatsen terugvoeren.
Benedixísti, Dómine, terram tuam: avertísti captivitátem Jacob.
Gij hebt uw land gezegend, o Heer, Gij hebt Jacob uit de ballingschap bevrijd.
Præsta, quǽsumus, omnípotens Deus: ut, semper rationabília meditántes, quæ tibi sunt plácita, et dictis exsequámur et factis.
Wij vragen U, almachtige God, zorg dat wij altijd op het geestelijke bedacht zijn, en zo in woord en daad ten uitvoer leggen wat U behaagt.
Fratres: Grátias ágimus Deo semper pro ómnibus vobis, memóriam vestri faciéntes in oratiónibus nostris sine intermissióne, mémores óperis fídei vestræ, et labóris, et caritátis, et sustinéntiæ spei Dómini nostri Jesu Christi, ante Deum et Patrem nostrum: sciéntes, fratres, dilécti a Deo. electiónem vestram: quia Evangélium nostrum non fuit ad vos in sermóne tantum, sed et in virtúte, et in Spíritu Sancto, et in plenitúdine multa, sicut scitis quales fuérimus in vobis propter vos. Et vos imitatóres nostri facti estis, et Dómini, excipiéntes verbum in tribulatióne multa, cum gáudio Spíritus Sancti: ita ut facti sitis forma ómnibus credéntibus in Macedónia et in Achája. A vobis enim diffamátus est sermo Dómini, non solum in Macedónia et in Achája, sed et in omni loco fides vestra, quæ est ad Deum, profécta est, ita ut non sit nobis necésse quidquam loqui. Ipsi enim de nobis annúntiant, qualem intróitum habuérimus ad vos: et quómodo convérsi estis ad Deum a simulácris, servíre Deo vivo et vero, et exspectáre Fílium ejus de cœlis quem suscitávit ex mórtuis Jesum, qui erípuit nos ab ira ventúra.
Lezing uit de eerste Brief van de heilige Apostel Paulus aan de Thessalonicenzen
Broeders, wij brengen altijd dank aan God om uwentwil, en zonder ophouden blijven wij u gedachtig in ons gebed; want wij herinneren ons uw werken van geloof, uw arbeid en liefde, en uw volhardend vertrouwen op onze Heer Jezus Christus voor het oog van God, onze Vader. Immers, broeders, van God bemind, wij weten, dat gij zijt uitverkoren; want onze prediking is tot u gekomen, niet alleen met woorden, maar ook met kracht en met Heilige Geest en met volle overtuiging; gij weet immers, hoe ons optreden bij u geweest is om uwentwil. En gij zijt navolgers geworden van ons en van de Heer; gij hebt de prediking aangenomen onder veel verdrukking, maar met vreugde van de Heilige Geest; en zo zijt gij een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en Achaië. Want van u uit is het woord des Heren verder verbreid, niet alleen in Macedonië en in Achaië; maar overal is uw geloof in God bekend geworden, zodat wij geen woord meer daarover hoeven te spreken. Zij zelf immers verhalen van ons, hoe wij bij u hebben gewerkt en hoe gij tot God zijt bekeerd van de afgoderij, om voortaan de levende en waarachtige God te dienen en uit de hemel te verwachten zijn Zoon, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons heeft ontrukt aan de toorn, die eens zal komen.
Liberásti nos, Dómine, ex affligéntibus nos: et eos, qui nos odérunt, confudísti.
Gij hebt ons verlost van onze verdrukkers en hen, die ons haatten, te schande gemaakt.
In Deo laudábimur tota die, et in nómine tuo confitébimur in sǽcula.
In God zullen wij altijd roemen en uw Naam in eeuwigheid prijzen.
Alleluia, alleluia.
De profúndis clamávi ad te, Dómine: Dómine, exáudi oratiónem meam.
Uit de diepten roep ik tot U, o Heer. Heer, luister naar mijn klagen. Alleluia.
In illo témpore: Dixit Jesus turbis parábolam hanc: Símile est regnum cœlórum grano sinápis, quod accípiens homo seminávit in agro suo: quod mínimum quidem est ómnibus semínibus: cum autem créverit, majus est ómnibus oléribus, ¶ et fit arbor, ita ut vólucres cœli véniant et hábitent in ramis ejus. Aliam parábolam locútus est eis: Símile est regnum cœlórum ferménto, quod accéptum múlier abscóndit in farínæ satis tribus, donec fermentátum est totum. Hæc ómnia locútus est Jesus in parábolis ad turbas: et sine parábolis non loquebátur eis: ut implerétur quod dictum erat per Prophétam dicéntem: Apériam in parábolis os meum, eructábo abscóndita a constitutióne mundi.
Vervolg ++ van het heilig Evangelie volgens Mattheüs
In die tijd hield Jezus de menigte de volgende gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een mosterdzaadje, dat iemand in zijn akker gaat zaaien. Het is wel het kleinste van alle zaden; maar als het is opgeschoten, is het groter dan alle andere moeskruiden; en het wordt een boom, zodat de vogels des hemels in zijn takken komen nestelen. Nog een andere gelijkenis hield Hij hun voor: Het rijk der hemelen gelijkt op zuurdeeg, dat door een vrouw wordt gebruikt en vermengd wordt onder drie maten meel, totdat dit geheel is gegist. Dit alles sprak Jezus tot de scharen in gelijkenissen, en Hij sprak tot hen niet anders dan in gelijkenissen. Zo werd vervuld, wat door de profeet was voorzegd: “Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, en openbaren, wat verborgen was van de grondvesting van de wereld af.”
De profúndis clamávi ad te, Dómine: Dómine, exáudi oratiónem meam: de profúndis clamávi ad te, Dómine.
Uit de diepten roep ik tot U, o Heer. Heer, luister naar mijn klagen. Uit de diepten roep ik tot U, o Heer.
Hæc nos oblátio, Deus, mundet, quǽsumus, et rénovet, gubérnet et prótegat.
Wij vragen U, God, moge dit offer ons reinigen en vernieuwen, besturen en beschermen.
Amen, dico vobis, quidquid orántes pétitis, crédite, quia accipiétis, et fiet vobis.
Voorwaar, Ik zeg u, wat gij in uw gebed ook vraagt, gelooft, dat ge het zult ontvangen en het zal u gegeven worden.
Cœléstibus, Dómine, pasti delíciis: quǽsumus; ut semper éadem, per quæ veráciter vívimus, appétimus.
Verzadigd aan het hemels gastmaal, vragen wij U, Heer, dat wij altijd mogen verlangen wat ons het ware leven geeft.