Vierentwintigste zondag na Pinksteren
Voor de Mis is er biechtgelegenheid
Dominica V quæ superfuit post Epiphaniam
Dicit Dóminus: Ego cógito cogitatiónes pacis, et non afflictiónis: invocábitis me, et ego exáudiam vos: et redúcam captivitátem vestram de cunctis locis.
De Heer zegt: Ik koester plannen van vrede en niet van kwelling. Roept Mij aan en Ik zal u verhoren, en Ik zal u, die in gevangenschap zijt, uit alle plaatsen terugvoeren.
Benedixísti, Dómine, terram tuam: avertísti captivitátem Jacob.
Gij hebt uw land gezegend, o Heer, Gij hebt Jacob uit de ballingschap bevrijd.
Famíliam tuam, quǽsumus, Dómine, contínua pietáte custódi: ut, quæ in sola spe grátiæ cœléstis innítitur, tua semper protectióne muniátur.
Wij vragen U, Heer, bescherm uw gezin met een standvastige vaderliefde, opdat het door uitsluitend te steunen op de verwachting van uw hemelse genade, altijd veilig mag zijn in uw bescherming.
Fratres: Indúite vos sicut elécti Dei, sancti et dilécti, víscera misericórdiæ, benignitátem, humilitátem, modéstiam, patiéntiam: supportántes ínvicem, et donántes vobismetípsis, si quis advérsus áliquem habet querélam: sicut et Dóminus donávit vobis, ita et vos. Super ómnia autem hæc caritátem habéte, quod est vínculum perfectiónis: et pax Christi exsúltet in córdibus vestris, in qua et vocáti estis in uno córpore: et grati estóte. Verbum Christi hábitet in vobis abundánter, in omni sapiéntia, docéntes et commonéntes vosmetípsos psalmis, hymnis et cánticis spirituálibus, in grátia cantántes in córdibus vestris Deo. Omne, quodcúmque fácitis in verbo aut in ópere, ómnia in nómine Dómini Jesu Christi, grátias agéntes Deo et Patri per ipsum.
Lezing uit de Brief van de heilige Apostel Paulus aan de Colossenzen
Broeders, wilt u als heilige en veelgeliefde uitverkorenen Gods toerusten met een medelijdend hart, met goedheid en bescheidenheid, met zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander, en vergeeft elkander, als gij soms over iemand te klagen hebt. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven. Maar draagt over dat alles heen de liefde; want deze is de band der volmaaktheid. Laat de vrede van Christus heersen in uw harten; want daartoe zijt gij ook geroepen, als leden van één lichaam. Weest daarenboven dankbaar. Moge het woord van Christus onder u wonen in volle rijkdom, zodat gij in alle wijsheid elkander onderricht en vermaant. En zingt dankbaar God van harte lof in psalmen en gezangen en geestelijke liederen. Alles wat gij doet met woord of werk, doet alles in de Naam van de Heer Jezus Christus, om door Hem aan God, de Vader, dank te brengen.
Liberásti nos, Dómine, ex affligéntibus nos: et eos, qui nos odérunt, confudísti.
Gij hebt ons verlost van onze verdrukkers en hen, die ons haatten, te schande gemaakt.
In Deo laudábimur tota die, et in nómine tuo confitébimur in sǽcula.
In God zullen wij altijd roemen en uw Naam in eeuwigheid prijzen.
Alleluia, alleluia.
De profúndis clamávi ad te, Dómine: Dómine, exáudi oratiónem meam.
Uit de diepten roep ik tot U, o Heer. Heer, luister naar mijn klagen. Alleluia.
In illo témpore: Dixit Jesus turbis parábolam hanc: Símile factum est regnum cœlórum hómini, qui seminávit bonum semen in agro suo. Cum autem dormírent hómines, venit inimícus ejus, et superseminávit zizánia in médio trítici, et ábiit. Cum autem crevísset herba et fructum fecísset, tunc apparuérunt et zizánia. Accedéntes autem servi patrisfamílias, dixérunt ei: Dómine, nonne bonum semen seminásti in agro tuo? Unde ergo habet zizánia? Et ait illis: Inimícus homo hoc fecit. Servi autem dixérunt ei: Vis, imus, et collígimus ea? Et ait: Non: ne forte colligéntes zizánia eradicétis simul cum eis et tríticum. Sínite utráque créscere usque ad messem, et in témpore messis dicam messóribus: Collígite primum zizánia, et alligáte ea in fascículos ad comburéndum, tríticum autem congregáte in hórreum meum.
Vervolg ++ van het heilig Evangelie volgens Mattheüs
In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een mens, die goed zaad op zijn akker zaaide. Maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen nu het graan opkwam en vrucht begon te zetten, toen werd ook het onkruid zichtbaar. Dan gingen de knechten van de heer naar hem toe en zeiden: Heer, hebt gij geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dan het onkruid vandaan? En hij antwoordde hun: Dat heeft een vijandig mens gedaan. De knechten vroegen hem nu: Wilt gij, dat wij het gaan uittrekken? Maar hij antwoordde: Neen; want als gij het onkruid uittrekt, zoudt gij misschien ook de tarwe uitrukken. Laat ze beide opgroeien tot de oogst; dan zal ik in de oogsttijd tot de maaiers zeggen: Verzamelt eerst het onkruid, en bindt het in bundels, om het te verbranden; maar bergt de tarwe in mijn schuur.
De profúndis clamávi ad te, Dómine: Dómine, exáudi oratiónem meam: de profúndis clamávi ad te, Dómine.
Uit de diepten roep ik tot U, o Heer. Heer, luister naar mijn klagen. Uit de diepten roep ik tot U, o Heer.
Hóstias tibi, Dómine, placatiónis offérimus: ut et delícta nostra miserátus absólvas, et nutántia corda tu dírigas.
Wij dragen U, Heer, een zoenoffer op, opdat Gij ons barmhartig van onze zonden wilt ontslaan, en onze wankele harten richten.
Amen, dico vobis, quidquid orántes pétitis, crédite, quia accipiétis, et fiet vobis.
Voorwaar, Ik zeg u, wat gij in uw gebed ook vraagt, gelooft, dat ge het zult ontvangen en het zal u gegeven worden.
Quǽsumus, omnípotens Deus: ut illíus salutáris capiámus efféctum, cujus per hæc mystéria pignus accépimus.
Wij vragen U, almachtige God, dat wij eens het heil mogen deelachtig worden, waarvan wij in deze geheimen een onderpand ontvingen.
zondag 10:00 Rozenkrans, 10:30 Gezongen Hoogmisvrijdag 18:30 Heilige Miszaterdag 09:00 Heilige Mis
Voor elke Mis is er biechtgelegenheid. Afwijkingen staan in de agenda.