Allerheiligen
Voor de Mis is er biechtgelegenheid
Omnium Sanctorum
Gaudeámus omnes in Dómino, diem festum celebrántes sub honóre Sanctórum ómnium: de quorum sollemnitáte gaudent Angeli et colláudant Fílium Dei.
Laten wij ons allen in de Heer verheugen, nu wij de feestdag vieren ter ere van alle heiligen, want over hun feest verheugen zich de engelen en prijzen zij de Zoon van God.
Exsultáte, justi, in Dómino: rectos decet collaudátio.
Juicht, gerechtigen, in de Heer. De lofzang past de vromen.
Omnípotens sempitérne Deus, qui nos ómnium Sanctórum tuórum mérita sub una tribuísti celebritáte venerári: quǽsumus; ut desiderátam nobis tuæ propitiatiónis abundántiam, multiplicátis intercessóribus, largiáris.
Almachtige, eeuwige God, Gij doet ons de verdiensten van al uw heiligen in één feest vieren. Wij vragen U, dat Gij ons de overvloed van uw barmhartigheid, waarnaar wij verlangen, schenkt, nu zovelen voor ons ten beste spreken.
In diébus illis: Ecce, ego Joánnes vidi álterum Angelum ascendéntem ab ortu solis, habéntem signum Dei vivi: et clamávit voce magna quátuor Angelis, quibus datum est nocére terræ et mari, dicens: Nolíte nocére terræ et mari neque arbóribus, quoadúsque signémus servos Dei nostri in fróntibus eórum. Et audívi númerum signatórum, centum quadragínta quátuor mília signáti, ex omni tribu filiórum Israël. Ex tribu Juda duódecim mília signáti. Ex tribu Ruben duódecim mília signáti. Ex tribu Gad duódecim mília signati. Ex tribu Aser duódecim mília signáti. Ex tribu Néphthali duódecim mília signáti. Ex tribu Manásse duódecim mília signáti. Ex tribu Símeon duódecim mília signáti. Ex tribu Levi duódecim mília signáti. Ex tribu Issachar duódecim mília signati. Ex tribu Zábulon duódecim mília signáti. Ex tribu Joseph duódecim mília signati. Ex tribu Bénjamin duódecim mília signáti. Post hæc vidi turbam magnam, quam dinumeráre nemo póterat, ex ómnibus géntibus et tríbubus et pópulis et linguis: stantes ante thronum et in conspéctu Agni, amícti stolis albis, et palmæ in mánibus eórum: et clamábant voce magna, dicéntes: Salus Deo nostro, qui sedet super thronum, et Agno. Et omnes Angeli stabant in circúitu throni et seniórum et quátuor animálium: et cecidérunt in conspéctu throni in fácies suas et adoravérunt Deum, dicéntes: Amen. Benedíctio et cláritas et sapiéntia et gratiárum áctio, honor et virtus et fortitúdo Deo nostro in sǽcula sæculórum. Amen.
Lezing uit het Boek der Openbaring van de heilige Apostel Johannes
In die dagen zag ik, Johannes, een andere engel naderkomen uit de richting van het Oosten, en hij had bij zich het zegel van de levende God. Hij riep met luide stem tot de vier engelen, die de opdracht hadden schade toe te brengen aan de aarde en de zee, en zeide: Brengt geen schade toe aan de aarde en de zee of de bomen, vóórdat wij de dienaren van onze God getekend hebben op hun voorhoofd. En ik hoorde het getal van de getekenden: honderd vier en veertig duizend getekenden uit al de stammen van de kinderen Israëls. Uit de stam Juda twaalf duizend getekenden; uit de stam Ruben twaalf duizend getekenden; uit de stam Gad twaalf duizend getekenden; uit de stam Aser twaalf duizend getekenden; uit de stam Nephtali twaalf duizend getekenden; uit de stam Manasse twaalf duizend getekenden; uit de stam Simeon twaalf duizend getekenden; uit de stam Levi twaalf duizend getekenden; uit de stam Issachar twaalf duizend getekenden; uit de stam Zabulon twaalf duizend getekenden; uit de stam Jozef twaalf duizend getekenden; uit de stam Benjamin twaalf duizend getekenden. Daarna zag ik een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle naties en stammen, en volken en talen; zij stonden vóór de troon en vóór het Lam: gekleed in witte klederen met palmtakken in de hand; en zij riepen met luide stem en zeiden: Heil aan onze God, die op de troon is gezeten, en aan het Lam! En al de engelen stonden rondom de troon, en rondom de Ouderlingen en de Vier Dieren; en zij vielen voor de troon op hun aangezicht neder om God te aanbidden en zij zeiden: Amen! alle lof en heerlijkheid, en wijsheid en dank, eer en macht en sterkte aan onze God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Timéte Dóminum, omnes Sancti ejus: quóniam nihil deest timéntibus eum.
Vreest de Heer, gij, al zijn heiligen, want, die Hem vrezen, ontbreekt het aan niets.
Inquiréntes autem Dóminum, non defícient omni bono.
Want, die de Heer zoeken, zal niets ontbreken.
Alleluia, alleluia.
Veníte ad me, omnes, qui laborátis et oneráti estis: et ego refíciam vos.
Komt tot Mij, allen, die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken. Alleluia.
In illo témpore: Videns Jesus turbas, ascéndit in montem, et cum sedísset, accessérunt ad eum discípuli ejus, et apériens os suum, docébat eos, dicens: Beáti páuperes spíritu: quóniam ipsórum est regnum cœlórum. Beáti mites: quóniam ipsi possidébunt terram. Beáti, qui lugent: quóniam ipsi consolabúntur. Beáti, qui esúriunt et sítiunt justítiam: quóniam ipsi saturabúntur. Beáti misericórdes: quóniam ipsi misericórdiam consequántur. Beáti mundo corde: quóniam ipsi Deum vidébunt. Beáti pacífici: quóniam fílii Dei vocabúntur. Beáti, qui persecutiónem patiúntur propter justítiam: quóniam ipsórum est regnum cœlórum. Beáti estis, cum maledíxerint vobis et persecúti vos fúerint, et díxerint omne malum advérsum vos, mentiéntes, propter me: gaudete et exsultáte, quóniam merces vestra copiósa est in cœlis.
Vervolg ++ van het heilig Evangelie volgens Mattheüs
In die tijd ging Jezus bij het zien van de menigte de berg op; en toen Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen tot Hem. Dan opende Hij de mond, en onderrichtte hen als volgt: Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het rijk der hemelen; Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het Land in bezit nemen; Zalig zij, die wenen, want zij zullen getroost worden; Zalig zij, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden; Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verwerven; Zalig de zuiveren van harte, want zij zullen God zien; Zalig de vredebrengers, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden; Zalig zij, die vervolging lijden om wille der gerechtigheid, want aan hen behoort het rijk der hemelen. Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt en vervolgt en valselijk beschuldigt van allerlei kwaad om mijnentwille; verheugt en verblijdt u, want overvloedig is het loon in de hemel.
Justórum ánimæ in manu Dei sunt, et non tanget illos torméntum malítiæ: visi sunt óculis insipiéntium mori: illi autem sunt in pace.
De zielen der rechtvaardigen zijn in Gods hand en het marteltuig der bozen raakt hen niet. In de ogen der dwazen schijnen zij te sterven, maar zij zijn in vrede, alleluia.
Múnera tibi, Dómine, nostra devotiónis offérimus: quæ et pro tuórum tibi grata sint honóre Justórum, et nobis salutária, te miseránte, reddántur.
Geef acht, o Heer, op onze smekingen, die wij tot U richten op het gedachtenisfeest van uw heiligen, opdat wij, die geen verwachting koesteren van onze eigen gerechtigheid, steun mogen vinden bij hen, die U welgevallig waren.
Beáti mundo corde, quóniam ipsi Deum vidébunt; beáti pacífici, quóniam filii Dei vocabúntur: beáti, qui persecutiónem patiúntur propter justítiam, quóniam ipsórum est regnum cœlórum.
Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig de vreedzamen, want zij zullen zonen Gods heten. Zalig, die vervolging lijden om de gerechtigheid, want voor hen is het rijk der hemelen.
Da, quǽsumus, Dómine, fidélibus pópulis ómnium Sanctórum semper veneratióne lætári: et eórum perpétua supplicatióne muníri.
Wij vragen U, Heer, doe de volkeren, die in U geloven, altijd vreugde vinden in de verering van uw heiligen en steun vinden in hun voortdurende smeking.
zondag 10:00 Rozenkrans, 10:30 Gezongen Hoogmisvrijdag 18:30 Heilige Miszaterdag 09:00 Heilige Mis
Voor elke Mis is er biechtgelegenheid. Afwijkingen staan in de agenda.