H. Antonius Maria Claret (3e klas)
Voor de Mis is er biechtgelegenheid
S. Antonii Mariæ Claret Episcopi Confessoris
Sacerdótes tui, Dómine, induántur justítiam, et sancti tui exsúltent. Propter David servum tuum non avértas fáciem christi tui.
Laat uw priesters, o Heer, zich met heiligheid bekleden, en uw heiligen opspringen van vreugde; omwille van David, uw dienstknecht, wend U niet af van het aanschijn van uw gezalfde. (Alleluia, alleluia.)
Meménto, Dómine, David, et omnis mansuetúdinis ejus:
Blijf David gedenken, o Heer, en al zijn moeizame zorgen.
Deus, qui beátum Antónium Maríam Confessórem tuum atque Pontíficem, apostólicis virtútibus sublimásti, et per eum novas in Ecclésia clericórum ac vírginum famílias collegísti: concéde, quǽsumus; ut, eius dirigéntibus mónitis ac suffragántibus méritis, animárum salútem quǽrere iúgiter studeámus.
O God, die de heilige Antonius Maria, uw belijder en bisschop, heeft verheerlijkt vanwege zijn ijver voor de zielen, en door hem nieuwe families van mannelijke en vrouwelijke religieuzen in de Kerk heeft gevestigd, wij smeken U om dat toe te staan, met zijn raadgevingen als leidraad: en door de verdiensten van zijn gebeden kunnen we ons voortdurend toeleggen op het zoeken naar de redding van zielen.
Fratres : Plures facti sunt sacerdótes, idcírco quod morte prohiberéntur permanére : Iesus autem, eo quod máneat in ætérnum, sempitérnum habet sacerdótium. Unde et salváre in perpétuum potest accedéntes per semetípsum ad Deum : semper vivens ad interpellándum pro nobis. Talis enim decébat, ut nobis esset póntifex, sanctus, ínnocens, impollútus, segregátus a peccatóribus, et excélsior cælis factus : qui non habet necessitátem cotídie, quemádmodum sacerdótes, prius pro suis delíctis hóstias offérre, deínde pro pópuli : hoc enim fecit semel, seípsum offeréndo, Jesus Christus, Dóminus noster.
Lezing uit de Brief van de heilige Apostel Paulus aan de Hebreën
Broeders, priesters zijn er geweest in groot getal, omdat zij door de dood verhinderd werden te blijven; Jezus echter heeft het altijddurende priesterschap, omdat Hij blijft in eeuwigheid. Daarom kan Hij ook degenen, die door Hem tot God naderen, voor eeuwig zalig maken, omdat Hij altijd leeft om voor ons als middelaar op te treden. Want het was ook passend, dat wij een Hogepriester hadden, die heilig en onschuldig is, zonder vlek, afgezonderd van de zondaren en verheven boven de hemelen; een, die het niet nodig heeft om dagelijks - zoals de andere priesters - eerst voor eigen zonden offers op te dragen en dan voor die van het volk; want dit heeft Hij eens en voor al gedaan door Zich zelf als offer op te dragen, Hij, Jezus Christus, onze Heer.
Sacerdótes ejus índuam salutári, et sancti ejus exsultatióne exsultábunt.
V. Illuc prodúcam cornu David; parávi lucérnam christo meo. Allelúia, allelúia.
Daar zal Ik voor David een hoorn verwekken, en een lamp bereiden voor mijn gezalfde.
Alleluia, alleluia.
Jurávit Dóminus, et non pœnitébit eum: Tu es sacérdos in ætérnum secúndum órdinem Melchísedech. Allelúia.
De Heer heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt priester voor eeuwig naar de wijze van Melchisedech. Alleluia.
In illo témpore: Dixit Jesus discípulis suis: Vigiláte ergo, quia nescítis qua hora Dóminus vester ventúrus sit. Illud autem scitóte, quóniam si sciret paterfamílias qua hora fur ventúrus esset, vigiláret útique, et non síneret pérfodi domum suam. Ideo et vos estóte paráti: quia qua nescítis hora Fílius hóminis ventúrus est. Quis, putas, est fidélis servus, et prudens, quem constítuit dóminus suus super famíliam suam ut det illis cibum in témpore? Beátus ille servus, quem cum vénerit dóminus ejus, invénerit sic faciéntem. Amen dico vobis, quóniam super ómnia bona sua constítuet eum.
Vervolg ++ van het heilig Evangelie volgens Mattheüs
In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: Weest waakzaam, want gij kent niet het uur, waarop uw Heer zal terugkomen. Maar bedenkt dit wel: als de huisvader het uur kende, waarop de dief zou komen, dan zou hij zeker waakzaam zijn, en niet laten inbreken in zijn huis. Daarom, weest ook gij gereed, want de Mensenzoon komt op een uur, dat gij niet kent. Wie is nu naar uw mening de trouwe en schrandere dienaar, die door de heer over zijn huishouding wordt aangesteld, om hun op tijd te eten te geven? Gelukkig de dienaar, die de heer bij zijn komst daarmee bezig vindt. Voorwaar Ik zeg u: hij zal hem aanstellen over geheel zijn bezit.
Véritas mea et misericórdia mea cum ipso: et in nómine meo exaltábitur cornu ejus.
Mijn trouw en barmhartigheid zullen met hem zijn, en in mijn Naam zal zijn hoorn zich verheffen. (Alleluia.)
Sancti Antónium Maríam Confessóris tui atque Pontíficis, quǽsumus, Dómine, ánnua sollémnitas pietáti tuæ nos reddat accéptos: ut, per hæc piæ placatiónis offícia, et illum beáta retribútio comitétur, et nobis grátiæ tuæ dona concíliet.
Wij vragen U, Heer, dat het jaarlijks feest van uw heilige belijder en bisschop Antonius Maria ons een plaats in uw vaderhart mag verzekeren, opdat dit liefdevol offer voor hem een gelukkige beloning mag bevatten en ons de gaven van uw genade verkrijgen.
Beátus servus, quem, cum vénerit dóminus, invénerit vigilántem: amen, dico vobis, super ómnia bona sua constítuet eum.
Gelukkig de knecht, die de Heer bij zijn komst wakend vindt. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal hem aanstellen over al zijn goederen. (Alleluia.)
Deus, fidélium remunerátor animárum: præsta; ut, beáti Antónium Maríam Confessóris tui atque Pontíficis, cujus venerándam celebrámus festivitátem, précibus indulgéntiam consequámur.
God, Beloner van trouwe zielen, doe ons door de beden van uw heilige belijder en bisschop Antonius Maria, wiens roemrijk feest wij vieren, vergiffenis verkrijgen.
Minrebroederstraat 21, 3512 GS Utrecht
+31 (0)30 - 2313 217
mail@sintwillibrordkerk.nl
+31 (0)30 - 2313 217