Logo Sint WillibrordkerkLogo Sint Willibrordkerk

Sint Willibrordkerk

Priesterbroederschap St. Pius X

  • Home
  • Downloads
HomeDownloads
Terug naar de agenda
mis
biecht

Gezongen Hoogmis

Beschrijving

Misteksten

Sint Willibrordkerk

Minrebroederstraat 21, 3512 GS Utrecht

mail@sintwillibrordkerk.nl

Priesterbroederschap St. Pius X

FSSPX InternationaalFSSPX Nederland

© 2026 Sint Willibrordstichting. Alle rechten voorbehouden.

zondag 18 oktober 2026
10:30

Beschrijving

Eenentwintigste zondag na Pinksteren (2e klas)

Voor de Mis is er biechtgelegenheid

Misteksten

Dominica XXI post Pentecosten

Introïtus
Esth 13:9

In voluntáte tua, Dómine, univérsa sunt pósita, et non est, qui possit resístere voluntáti tuæ: tu enim fecísti ómnia, cœlum et terram et univérsa, quæ cœli ámbitu continéntur: Dominus universórum tu es

Alles, o Heer, hangt af van uw wil, en er is niemand die uw wil kan weerstaan. want Gij hebt alles gemaakt, hemel en aarde en het al, wat binnen de grenzen van de hemel valt. Gij zijt de Heer van alles.

Ps 118:1

Beáti immaculáti in via: qui ámbulant in lege Dómini.

v. In voluntáte tua, Dómine, univérsa sunt pósita, et non est, qui possit resístere voluntáti tuæ: tu enim fecísti ómnia, cœlum et terram et univérsa, quæ cœli ámbitu continéntur: Dominus universórum tu es.

Gelukkig zij, die smetteloos zijn op hun levensweg, die wandelen volgens de wet des Heren.

Collecta

Famíliam tuam, quǽsumus, Dómine, contínua pietáte custódi: ut a cunctis adversitátibus, te protegénte, sit líbera, et in bonis áctibus tuo nómini sit devóta.

Wij vragen U, Heer, bescherm uw gezin met een blijvende liefde, opdat het onder uw bescherming vrij mag zijn van alle onheil en in goede werken zich wijden aan uw dienst.

Epistel
Ephes 6:10-17

Fratres: Confortámini in Dómino et in poténtia virtútis ejus. Indúite vos armatúram Dei, ut póssitis stare advérsus insídias diáboli. Quóniam non est nobis colluctátio advérsus carnem et sánguinem: sed advérsus príncipes et potestátes, advérsus mundi rectóres tenebrárum harum, contra spirituália nequítiæ, in cœléstibus. Proptérea accípite armatúram Dei, ut póssitis resístere in die malo et in ómnibus perfécti stare. State ergo succíncti lumbos vestros in veritáte, et indúti lorícam justítiæ, et calceáti pedes in præparatióne Evangélii pacis: in ómnibus suméntes scutum fídei, in quo póssitis ómnia tela nequíssimi ígnea exstínguere: et gáleam salútis assúmite: et gládium spíritus, quod est verbum Dei.

Lezing uit de Brief van de heilige Apostel Paulus aan de Ephesiërs

Broeders, zoekt uw sterkte in de Heer en in zijn alvermogende kracht. Trekt de wapenrusting Gods aan, om stand te kunnen houden tegen de listige aanvallen van de duivel. Want onze strijd gaat niet tegen vlees en bloed, maar tegen de vorsten en machten en wereldbeheersers der duisternis, tegen de boze geesten in de lucht. Grijpt daarom naar de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden op de kwade dag, en in volle uitrusting pal te staan. Houdt u dus gereed, de lendenen omgord met de waarheid, gestoken in het pantser van de gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidwilligheid voor het evangelie des vredes; blijft in alle omstandigheden vasthouden het schild des geloofs, waarmede gij alle gloeiende pijlen van de boze vijand kunt doven; neemt daarbij de helm van het heil en het zwaard van de Geest, dat is: het Woord Gods.

Graduale
Ps 89:1

Dómine, refúgium factus es nobis a generatióne et progénie: a sǽculo et in sǽculum tu es.

Heer, Gij zijt onze toevlucht geworden van geslacht tot geslacht, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij.

Ps 89:2

Priúsquam montes fíerent, aut formarétur terra et orbis: a sǽculo et usque in sǽculum tu es Deus.

Eer de bergen het aanzien kregen, eer de aarde en de wereld werden gevormd, zijt Gij, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Alleluia
Ps 113:1

In éxitu Israël de Ægýpto, domus Jacob de pópulo bárbaro.

Toen Israël uit Egypte trok, het huis van Jacob uit een volk van barbaren. Alleluia.

Evangelie
Matt 18:23-35

In illo témpore: Dixit Jesus discípulis suis parábolam hanc: Assimilátum est regnum cœlórum hómini regi, qui vóluit ratiónem pónere cum servis suis. Et cum cœpísset ratiónem pónere, oblátus est ei unus, qui debébat ei decem mília talénta. Cum autem non habéret, unde rédderet, jussit eum dóminus ejus venúmdari et uxórem ejus et fílios et ómnia, quæ habébat, et reddi. Prócidens autem servus ille, orábat eum, dicens: Patiéntiam habe in me, et ómnia reddam tibi. Misértus autem dóminus servi illíus, dimísit eum et débitum dimísit ei. Egréssus autem servus ille, invénit unum de consérvis suis, qui debébat ei centum denários: et tenens suffocábat eum, dicens: Redde, quod debes. Et prócidens consérvus ejus, rogábat eum, dicens: Patiéntiam habe in me, et ómnia reddam tibi. Ille autem nóluit: sed ábiit, et misit eum in cárcerem, donec rédderet débitum. Vidéntes autem consérvi ejus, quæ fiébant, contristáti sunt valde: et venérunt et narravérunt dómino suo ómnia, quæ facta fúerant. Tunc vocávit illum dóminus suus: et ait illi: Serve nequam, omne débitum dimísi tibi, quóniam rogásti me: nonne ergo opórtuit et te miseréri consérvi tui, sicut et ego tui misértus sum? Et irátus dóminus ejus, trádidit eum tortóribus, quoadúsque rédderet univérsum débitum. Sic et Pater meus cœléstis fáciet vobis, si non remiséritis unusquísque fratri suo de córdibus vestris.

Vervolg ++ van het heilig Evangelie volgens Mattheüs

In die tijd hield Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een koning, die afrekening wilde houden met zijn dienaren. En toen hij met afrekenen was begonnen, werd er iemand vóór hem gebracht, die hem tienduizend talenten schuldig was. Daar hij echter niets had om te betalen, gaf zijn heer bevel hem te verkopen, met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij had, en zo de schuld te voldoen. Maar de dienaar viel vóór hem neer, en smeekte: Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen! Toen kreeg de heer medelijden met zijn dienaar, liet hem weer vrij, en schold hem de schuld kwijt. Maar toen deze dienaar wegging, trof hij een van zijn mededienaren, die hem honderd tienlingen schuldig was; en hij greep hem bij de keel, en zeide; Betaal wat gij schuldig zijt! En zijn mededienaar viel neer en smeekte hem: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen! Doch de ander wilde dat niet; maar hij ging heen, en liet hem in de gevangenis werpen tot hij zijn schuld zou betaald hebben. Toen nu zijn mededienaren dat zagen gebeuren, werden zij zeer bedroefd; en zij gingen naar hun heer en deelden hem alles mede, wat er voorgevallen was. Toen liet zijn heer hem roepen, en sprak tot hem: Slechte knecht! Heel uw schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat gij het mij gevraagd hebt; moest gij dan ook geen medelijden hebben met uw medeknecht, zoals ik medelijden heb gehad met u? En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij geheel zijn schuld zou betaald hebben. Zo zal ook mijn hemelse Vader doen met u, als gij allen niet van harte vergiffenis schenkt aan uw broeder.

Offertorium
Job 1.1

Vir erat in terra Hus, nómine Job: simplex et rectus ac timens Deum: quem Satan pétiit ut tentáret: et data est ei potéstas a Dómino in facultátes et in carnem ejus: perdidítque omnem substántiam ipsíus et fílios: carnem quoque ejus gravi úlcere vulnerávit.

Er was een man in het land van Hus. Job was zijn naam. Hij was eenvoudig, rechtschapen en godvrezend. Satan vroeg verlof hem te mogen beproeven en de Heer gaf hem macht over zijn bezit en zijn lichaam. En hij verdelgde al zijn bezit en zijn kinderen. Ook zijn lichaam verwondde hij met grote zweren.

Secreta

Suscipe, Dómine, propítius hóstias: quibus et te placári voluísti, et nobis salútem poténti pietáte restítui.

Aanvaard goedgunstig, Heer, ons offer, waardoor Gij U wilt laten verzoenen en in machtige liefde ons heil herstellen.

Communio
Ps 118:81; 118:84; 118:86

In salutári tuo ánima mea, et in verbum tuum sperávi: quando fácies de persequéntibus me judícium? iníqui persecúti sunt me, ádjuva me, Dómine, Deus meus.

Naar uw heil versmacht mijn ziel en op uw woord stel ik mijn vertrouwen. Wanneer zult Gij aan mijn vervolgers uw oordeel voltrekken? Ten onrechte vervolgen zij mij. Ach, sta mij bij, Heer, mijn God.

Postcommunio

Immortalitátis alimóniam consecúti, quǽsumus, Dómine: ut, quod ore percépimus, pura mente sectémur.

Wij vragen U, Heer, nu wij de spijs der onsterfelijkheid ontvangen hebben, dat wij met een zuiver hart mogen najagen, wat wij met de mond genuttigd hebben.

Sint Willibrordkerk

Minrebroederstraat 21, 3512 GS Utrecht

+31 (0)30 - 2313 217

mail@sintwillibrordkerk.nl

+31 (0)30 - 2313 217