Minrebroederstraat 21 Utrecht

De Sint Willibrordkerk als monument

De Sint Willibrordkerk in Utrecht is een van de best bewaarde voorbeelden van de Utrechtse School in de neogotiek. De kerk ligt bijna onzichtbaar in het historische centrum. Bezoekers worden verrast door het bijzondere, volledig bewaard gebleven interieur met rijk beschilderde wanden, zuilen en gewelven, drie houtgesneden altaren, een kruisgang in blauw en goud, gebrandschilderde ramen en een groot Maarschalkerweerd kerkorgel. De kerk is gebouwd naar een ontwerp van Alfred Tepe. De Sint Willibrordkerk is een nationaal rijksmonument en behoort tot het Europees architectonisch erfgoed.

Historie

De bouw van de kerk begon in 1875. In 1877 werd de kerk ingewijd. Daarna is tot 1891 verder gewerkt aan de inrichting en decoratie van de kerk. De kerk is voornamelijk gebouwd door het Utrechtse Kwartet: drie van hen zijn Duitsers en hebben hun scholing in de gotiek gekregen bij de afbouw van de gotische Dom in Keulen (1842-1880). De architect is Alfred Tepe, het houtsnijwerk – meubels, altaren, beelden – komt uit het atelier van de beeldhouwer Friedrich Wilhelm Mengelberg, de gebrandschilderde ramen zijn van Heinrich Geuer . Het smeedwerk is vervaardigd door de Nederlander Gerard Bartel en zijn zoon Jan Hendrik Brom. De schilderingen op muren en gewelven zijn uitgevoerd door Chrétien Lindsen.

Sloopplannen in de jaren 60
In de roerige jaren 60 van de vorige eeuw liep het kerkbezoek terug. Het bisdom Utrecht zag zich genoodzaakt een aantal kerken te sluiten en parochies op te heffen. De Sint Willibrordkerk was een van de duurste kerken in onderhoud en moest zeer grondig gerestaureerd worden. Het leien dak lekte en veroorzaakte veel schade aan houtwerk, pleisterwerk en muurschilderingen. De toren was meer dan 12 cm verzakt en veel muren vertoonden scheuren. In 1967 werd de kerk gesloten en verkocht aan een vastgoedbedrijf. De vrees was dat de kerk zou worden gesloopt en dat op die plek kantoren of appartementen zouden worden gebouwd.

Gered van de sloop
Vanuit twee richtingen werden pogingen ondernomen om de kerk te behouden. Er was een groep rooms-katholieken die afwijzend stond tegenover de moderne ontwikkelingen in het kerkelijk leven en liturgie. Deze groep huurde de kerk van het vastgoedbedrijf. Daarnaast was er een groep architectuur-deskundigen die zich verzetten tegen sloop.

A. J. Looyenga, architectuurhistoricus en specialist op het gebied van de Utrechtse kerkenbouw, verklaarde: “Tepe schiep ingetogen gebouwen die andere kunstenaars van binnen van kleurrijke pracht en praal voorzagen. Het beste en mooiste voorbeeld van zo’n interieur is de Sint Willibrordkerk. Deze rijzige kruisbasiliek vertegenwoordigt één van de voornaamste voorbeelden van de Utrechtse School in de neogotiek.”

In 1980 besloot de Raad van State dat de kerk op de monumentenlijst zou blijven en in 1987 kocht de Sint Willibrordus Stichting de kerk van het vastgoedbedrijf en konden plannen gemaakt worden voor de restauratie.

De restauratie van de Sint Willibrordkerk

Het was duidelijk dat de kerk grondig gerestaureerd moest worden. Scheuren in de muren, brokken kalk die uit het gewelf omlaag kwamen en beschilderingen die vaal en flets en soms geheel verdwenen waren. Grote delen waren ernstig aangetast door houtrot en zwam en moesten worden vervangen. De ijzeren brugstaven van de ramen waren zeer ernstig verroest. De 2 kolommen bij de biechtkapel waren ernstig verzakt waardoor de gewelven van de pilaren waren losgescheurd. De kalklagen in het interieur moesten grotendeels opnieuw aangebracht worden. Gelukkig waren van het hele interieur gedetailleerde tekeningen en beschrijvingen voorhanden.

Financiering
Het belangrijkste probleem was de financiering. De kosten werden geschat op 10 miljoen gulden De Sint Willibrordus Stichting, de nieuwe eigenaar, diende zelf 20% bijeen te brengen en de rest kwam voor rekening van de gemeente. De restauratiewerkzaamheden begonnen in 1991 maar vorderden langzaam, als er geld was kon men aan de slag en het werk werd gestopt als het geld op was.

Nadat de stichting een grote subsidie van het Rijk had gekregen en met financiële ondersteuning van de Europese Commissie in het kader van het behoud van het Europese culturele erfgoed, kon de restauratie afgemaakt worden. Nu kwam praktisch al het benodigde geld ter beschikking en werd een datum vastgesteld waarop het restauratiewerk voltooid moest zijn.

Tijdens de restauratie van 1991 tot november 2005, gingen de diensten in de kerk gewoon door en was de kerk ’s zomers open voor het jaarlijkse project Kerken Kijken. De 29 kruiswegstatiën, de beelden, de glas-in-loodramen en het Maarschalkerweerdorgel werden uit de kerk gehaald voor een grondige opknapbeurt. Ondersteunende delen van de kerk werden vervangen en op 22 meter hoge steigers onder het gewelf stonden restaurateurs de voorstellingen en patronen op het plafond te schilderen. De kerk werd iedere zaterdag weer schoongemaakt voor de hoogmis van zondag.

Uiteindelijk is de kerk bijna geheel in de oude staat teruggebracht. Alleen de binnenplaats, de Cour, die ooit een tuin was, werd overdekt en is nu een ontvangstruimte. En het orgel dat aan de noordzijde boven de doorgang naar de kapel stond, staat nu aan de westzijde. Het orgelfront moet nog worden afgewerkt. Ook zijn er toiletten en een keuken geplaatst achter het orgel.

Monument

De Sint Willibrordkerk werd in 1976  aangewezen als rijksmonument. In 1995 werd de Sint Willibrordkerk bovendien  gekozen tot modelproject van de Europese Unie. De Europese Commissie kiest jaarlijks een aantal projecten uit die zij financieel ondersteunt om het Europees architectonisch erfgoed te behouden. Voor 1995 werd gekozen voor  ‘gebouwen die in het gebruikte materiaal religieuze waarden hebben vereeuwigd en een bijzonder religieus, historisch, architectonisch, artistiek en sociaal karakter van Europese importantie hebben’. Uit de Nederlandse inzendingen werden 6 kerken uitgekozen, waaronder de Sint Willibrordkerk.

Maarschalkerweerdorgel

Het orgel werd gebouwd in 1885 door de belangrijke Utrechtse orgelbouwer Michael Maarschalkerweerd, lid van het Sint Bernulphusgilde. Het orgel stond oorspronkelijk op de koorzolder aan de noordkant van de kerk boven de ingang naar de kapel. Het orgel had toen nog niet de huidige omvang omdat het alleen als begeleidingsinstrument voor de katholieke liturgieviering gebruikt werd. Op Willibrordzondag 2005 is het gerestaureerde orgel officieel opnieuw in gebruik genomen.

De dispositie is hieronder weergegeven.

Hoofdwerk Zwelwerk Pedaal
(Manuaal I, C-g3) (manuaal II, C-g3) (C-f1)
Prestant 16′ Open Fluit 8′ Prestant 16′
Bourdon 16′ Gamba 8′ Subbas 16′
Praestant 8′ Celeste 8′ Octaaf 8′
Salicionaal 8′ Holpijp 8′ Gedekt 8′
Bourdon 8′ Zingend Prestant 4′ Prestant 4′
Prestant 4′ Fluit Octaviante 4′ Fluit 4′
Fluit 4′ Zwitserse Pijp 2′ Bazuin 16′
Quint 2 2/3′ Sesquialter 2 st. Trombone 8′
Flageolet 2′ Cymbel 4 st.
Mixtuur 4-6 st. Trompet Harmonique 8′
Cornet 2-5 st. *) Hobo 8′
Trompet 8′
*) doorlopend

Speelhulpen: I + II; P + I; P + II; I + II 4′; I + II 16′; II + II 16′.

Trajectum Lumen

De Sint Willibrordkerk maakt deel uit van Trajectum Lumen. Dit is een route langs verlichte locaties in de Utrechtse binnenstad. Vanaf het centraal gelegen Vredenburg voert een lichtspoor in de grond langs een aantal kunstwerken van gerenommeerde lichtkunstenaars die het heden en verleden van de stad tot leven brengen. Trajectum Lumen vertelt het verhaal van de zeven lagen van Utrecht, oftewel de zeven W’s: water, werf, wonen, welvaart, wonderen (kerken), wet (overheid) en wetenschap. In totaal worden 7 kerken, 10 pleinen, 8 standbeelden, 4 grachten, 5 torens, 20 bruggen en 30 straten verlicht.

De Willibrordkerk is verlicht met 3D-projecties in het straatportaal naar een ontwerp van lichtkunstenaar Aldo Hoeben. Op het dak is een lichtsculptuur van in de vorm van een aureool geplaatst. Dit sculptuur is gemaakt door Titia Ex.

Trajectum Lumen is 365 avonden per jaar te bewonderen van zonsondergang tot middernacht. Een plattegrond met routebeschrijving is verkrijgbaar bij Toerisme Utrecht, Domplein 9, Utrecht.

Bekijk de kaart